Letselschade en wonen: een aangepaste woning is schade

11 januari 2022

De Rechtbank Midden-Nederland heeft in een uitspraak van 27 oktober 2021 geoordeeld over de vraag of een slachtoffer op kosten van de verzekeraar mag verhuizen naar een duurdere, aangepaste woning en of de verzekeraar de kosten van die duurdere woning moet betalen. Als dat zo is, willen partijen vervolgens weten of de hogere vermogenswaarde van die woning mag worden verrekend met de schadevergoeding van het slachtoffer.

De casus:
Bij een verkeersongeval in februari 2015 loopt mevrouw A. een volledige dwarslaesie op. Zij is blijvend rolstoelgebonden. ASR is de aansprakelijke verzekeraar.
Op het moment van het ongeval stond A. op het punt om te verhuizen naar een duurdere woning, die zij met haar man in december 2014 had gekocht voor een bedrag van € 157.500,–. Verzekeraar ASR en A. zijn het er over eens dat deze woning niet aangepast kan worden en vanwege de beperkingen van A. daarom niet geschikt is.
Partijen gaan op zoek naar een woning die wel geschikt is voor A. Deze woning wordt in de tweede helft van 2015 gevonden en in mei 2016 gekocht: deze aangepaste woning kost veel meer, te weten € 470.000,–.

ASR betaalt aan A. een voorschot van € 400.000,– voor de aankoop van deze woning. Partijen zijn het er na onderhandelingen uiteindelijk over eens dat de meerwaarde van deze nieuwe woning – ten opzichte van de andere woning – € 305.000,– bedraagt.

Vervolgens ontstaat er discussie of deze meerwaarde als schade moet worden gezien van A. – en daarom volledig door ASR moet worden betaald – of dat de hogere vermogenswaarde van de woning betekent dat A. minder schade heeft geleden en dus het ontvangen voorschot moet terugbetalen of verrekenen. ASR stelt zich op het standpunt, dat naar de toekomst toe er in ieder geval afspraken moeten worden gemaakt over de verrekening van de overwaarde.

De rechtbank gaat in zijn beslissing niet mee in dit verzoek van ASR. De rechtbank stelt voorop, dat partijen voorafgaand aan de aankoop van de geschikte woning al heldere afspraken hadden kunnen maken over verrekening van de overwaarde. Dit had kunnen gaan in de vorm van een (renteloze) geldlening of een garantstelling. Nu dat niet is gebeurd en er geen afspraken zijn gemaakt over voordeelverrekening, is ASR nu te laat.

De rechtbank constateert dan ook dat de volledige meerkosten van de aankoop van de woning door ASR vergoed moeten worden aan A. Het ontstane voordeel mag door ASR niet verrekend worden met de overige door A. geleden schade.

Conclusie:
Er is veel commentaar mogelijk op deze uitspraak van de rechtbank. Voor het slachtoffer is het belangrijk, dat een verzekeraar gehouden is om mee te werken aan de financiering van een voor het slachtoffer geschikte woning. Het slachtoffer moet namelijk zoveel mogelijk teruggebracht worden in de situatie van vóór het ongeval. Dit betekent dat het slachtoffer moet wonen in een woning waarin hij of zij zich zelf zo goed mogelijk kan redden. Bij rolstoelafhankelijkheid mag dus verwacht worden dat de bestaande woning compleet wordt aangepast. Als dat niet mogelijk is, dan moet verhuizing naar een wel geschikte woning plaatsvinden. De aansprakelijke verzekeraar dient in ieder geval actief mee te denken en werken aan het vinden van een oplossing.

Wat is dan de oplossing voor de door de verzekeraar aangegeven hogere vermogenswaarde en het daardoor ontstane voordeel voor het slachtoffer? De geleden schade dient weliswaar volledig te worden vergoed door de aansprakelijke verzekeraar, het uitgangspunt is dat een slachtoffer in beginsel niet ‘rijker’ mag worden door een schadevergoeding dan dat hij of zij was voor het ongeval. In de literatuur wordt terecht opgemerkt, dat de meerwaarde in dergelijke gevallen in de “stenen” zit en er pas uitkomt, als de woning wordt verkocht en die meerwaarde ook dan nog daadwerkelijk op tafel komt. Want wat nu als je in deze tijd een woning moet kopen en die over bijvoorbeeld 20 jaar weer gaat verkopen? Wat is dan de woningwaarde? Het is niet vreemd om te bedenken dat deze dan wel eens (veel) lager zou kunnen liggen dan de thans op tafel gelegde koopprijs. En stel dat het slachtoffer overlijdt, maar de nabestaanden van dit slachtoffer op die plek willen blijven wonen? Hoe daar mee om te gaan?

Een mogelijke oplossing lijkt te zijn, dat een verzekeraar in zo’n situatie op haar kosten een volledig aangepaste woning aanschaft en ter beschikking stelt aan het slachtoffer. Dit kan bijvoorbeeld door middel van verhuur of een recht van bewoning. Het slachtoffer kan dan zijn/haar eigen woning behouden, deze eventueel verhuren en zelf gaan wonen in de woning die de verzekeraar aanbiedt. Als er dan geen gebruik meer hoeft te worden gemaakt van de aangepaste woning, kan men de oude woning weer gaan betrekken. Maar of verzekeraars daar op zitten te wachten, is maar de vraag. Er zal dus nog wel vaker een oordeel van de rechter gezocht moeten worden om deze schadepost in de toekomst op te lossen. Van belang is in ieder geval dat er tussen partijen tijdig afspraken worden gemaakt over de financiering van de aangepaste woning en het eventueel te verrekenen voordeel door de hogere vermogenswaarde. Deskundige bijstand van een in letselschade gespecialiseerde advocaat is daarvoor nodig om goede afspraken te maken met de verzekeraar.