Wie reed er door rood?

31 augustus 2020

Een voorbeeld uit onze praktijk: mevrouw A rijdt met haar auto over een provinciale weg. Zij sorteert voor om linksaf te slaan en wacht in de rijstrook tot haar verkeerslicht op groen springt. Zodra het groen wordt, trekt zij op, slaat links af en steekt de baan voor het tegemoetkomende verkeer over. Op dat moment wordt zij aangereden door een rechtdoor gaande en tegemoetkomende automobilist B. Beide auto’s zijn total loss, maar mevrouw A is bovendien zwaar gewond en kan lange tijd niet werken. Beiden verklaren aan de politie dat zij groen licht hadden. Wat nu?

Het beste is natuurlijk als er getuigen zijn die kunnen verklaren wie er door groen reed en wie door rood. Of dat het ongeval is vastgelegd via een dashcam. Als die getuigen en beelden er niet zijn, ontstaat er een probleem. Want: hoe bewijs je dat de ander door rood reed?

Mevrouw A kwam voor advies bij ons kantoor, want zij liep vast. Haar verzekeraar kon de autoschade niet verhalen en zij zat met letselschade.

Wij konden haar het volgende uitleggen.

De Hoge Raad heeft in 2011 al bepaald, dat in de situatie dat geen van beide automobilisten kan bewijzen dat de ander door rood reed, als uitgangspunt heeft te gelden dat beiden door groen licht zijn gereden. Het wordt dan een hele feitelijke zaak hoe te oordelen over wie welke schade moet dragen, maar uitgangspunt is dan meestal dat een verzekeraar de autoschade van de eigen verzekerde vergoedt op basis van het principe dat het eigen schuld was, waardoor de no-claim (fors) omlaag gaat. Als iemand geen casco-dekking heeft, staat deze bestuurder met lege handen. Bovendien heeft in ons voorbeeld mevrouw A dan niet de mogelijkheid om haar letselschade te verhalen op de verzekeraar van de auto van de heer B, omdat zij niet kan bewijzen dat B door rood reed.[1]

De oplossing voor dit probleem was het volgende. Bijna alle verkeerslichtinstallaties in Nederland zijn voorzien van een systeem met detectielussen. Deze lussen liggen vóór de stopstreep, maar ook er achter. Hiermee wordt via een systeem gemeten waar het verkeerslicht op groen moet springen bij toestroom van verkeer, maar ook waar er door rood wordt gereden. Deze informatie wordt centraal opgeslagen door de wegbeheerder. Men kan deze dus opvragen.

Soms doet de politie dat zelf in het kader van een onderzoek naar de toedracht. Maar soms ook niet.

Er is dan achteraf nog de mogelijkheid om de wegbeheerder te vragen om dit systeem uit te lezen. Hiervoor moet men allereerst weten wie de wegbeheerder is. Bij Rijkswegen is dat Rijkswaterstaat, de provincies beheren de provinciale wegen, de gemeentes de lokale wegen en de waterschappen de waterschapswegen. In ons praktijkvoorbeeld was er sprake van een provinciale weg. Bij de afdeling Wegbeheer van de Provincie vroegen we een schaaltekening op van de betreffende kruising met daarop ingetekend alle richtingen, het detectieveld en de drukknoppen, een matrix met de ontruimingstijden en overzichten, schema’s en tabellen met alle andere mogelijke relevante tijdsinstellingen (zoals de minimale groentijden, de geeltijden en de minimale roodtijden). Als laatste uiteraard de vraag of er ten tijde van het ongeval storingen in het systeem waren.

Met behulp van deze informatie kon vervolgens aangetoond worden, dat mevrouw A groen licht had en dat de heer B door rood reed. Hierdoor kon mevrouw A haar autoschade én haar letselschade verhalen op de autoverzekeraar van B.

Heeft u een letselschadezaak en is niet duidelijk wie er door rood is gereden? Neem contact op met de specialisten van Lefers Advocaten. Wij helpen u graag weer op weg!

[1] Als mevrouw A een SchadeVerzekering Inzittenden (SVI) zou hebben, had zij op deze verzekering haar letselschade kunnen verhalen, maar deze was er in de situatie van mevrouw A niet.